Wijkraadpleging 2004

De wijkraadpleging is een instrument van de wijkraad om te kijken wat er leeft in de wijk.

Dat kan door enquêtes af te nemen, theater te organiseren, gesprekjes op straat te houden, een wijkschouw te organiseren. De vorm is afhankelijk van de vraag aan de wijk en werkwijze die het beste bij de wijk past. De wijk wordt op tijd en duidelijk geïnformeerd over de wijkraadpleging.

In de zijbalk vindt u een overzicht van de voorgaande wijkraadplegingen.

 

Presentatie wijkraadpleging 2003:

Op 14 september 2004 zijn de aanbevelingen uit de wijkraadpleging 2003 gepresenteerd met cartoons van Geert Gratema.

 

 

Voorstel voor opzet wijkraadpleging 2004

Ter bespreking op de wijkraadsvergadering van 31 augustus 2004

inleiding

Met haar adviezen, acties en invloed tracht de wijkraad een bijdrage te leveren aan het vergroten van de leefbaarheid van de wijk. Hiervoor gaat zij zo veel mogelijk te rade bij de wijkbewoners. Een belangrijk instrument dat de wijkraad hiervoor gebruikt is de wijkraadpleging. In 2002 en in 2003 heeft een wijkraadpleging plaatsgevonden over mening en wensen van de wijkbewoners over:

- Voorzieningen voor jongeren 12-20 jaar

- Voorzieningen voor kinderen 9-12 jaar

- Zwerfvuil

- Buitenruimte

Over deze onderwerpen zijn in totaal 55 aanbevelingen geformuleerd die op diverse wijzen onder de aandacht zijn gebracht van B&W, de gemeenteraad en de gemeentelijke diensten. Een van de prangende vragen na deze deze wijkraadplegingen is: hoe volgt de Wijkraad wat er met de aanbevelingen wordt gedaan, wordt er wel wat meegedaan, op welke manier dan, en kan de wijkraad daar tevreden over zijn?

De Wijkraad heeft daarom in haar vergadering van 22 juni 2004 besloten de wijkraadpleging 2004 te besteden aan het effect en de implementatie van de aanbevelingen van 2002 en 2003.

vraagstellingen

 

1. in hoeverre zijn de 7 belangrijkste aanbevelingen uit de wijkraadplegingen 2002 en 2003 bekend bij de gemeente en andere relevante diensten? (nulmeting)

2. Wat is er gedaan met deze aanbevelingen? (nulmeting)

3. Met welke maatregelen kan de bekendheid van de aanbevelingen onder verantwoordelijken (beslissers en uitvoerders) worden vergroot?

4. Hoe kan de wijkraad bewerkstelligen dat deze maatregelen ook worden genomen?

5. Hoe staat het na de uitvoering van de onder 4 genoemde maatregelen met de bekendheid en realisatie van de aanbevelingen uit de wijkraadplegingen 2002 en 2003?

6. Welke conclusies kunnen we trekken tav verhogen van de effectiviteit van de aanbevelingen uit de wijkraadplegingen door de wijkraden?

 

doelgroep: B&W, gemeenteraad, hoofden van betrokken diensten; wijkmanager en andere bij het onderwerp betrokken ambtenaren

inhoud

 

De zeven belangrijkste aanbevelingen uit de wijkraadpleging 2002 en 2003 zijn:

 

1. Houd bewoners betrokken - en maak goed gebruik van de aanwezige betrokkenheid

Uit de wijkraadpleging komt duidelijk naar voren dat bewoners in West betrokken zijn. Ze willen meedenken/doen op verschillende niveaus. De wijkraad acht het van belang dat de gemeente goed gebruik maakt van deze betrokkenheid en dat zij inspeelt op zaken die in de wijk spelen. Organiseer ondersteuning vanuit het wijkbureau of de welzijnsorganisatie, en bekijk vooral ook welke vorm van ondersteuning nodig is om zaken effectief van de grond te tillen. Stimuleer verantwoordelijkheid van bewoners. Communiceer effectief.

 

2. Open schoolpleinen na schooltijd

Niet alleen de wijkraadpleging 2003, maar ook die van 2002 laat zien dat er een enorme behoefte is aan speelruimte voor kinderen. De wijkraad zou graag zien dat de mogelijkheden voor het openstellen van schoolpleinen na schooltijd worden onderzocht.

 

3. Houd Oog in Al groen

Bewoners beoordelen het groene Oog in Al positief met een 7,2, de hoogste score van alle buurten in West. De waardering van de buitenruimte, zo blijkt uit de raadpleging, hangt vooral samen met de hoeveelheid groen die in een buurt aanwezig is.

 

Hoe meer groenvoorzieningen er zijn, hoe positiever de bewoners hun buitenruimte beoordelen. Niet voor niets is die beoordeling voor Oog in Al 7,2, de hoogste van alle buurten in West. Houdt Oog in Al dan ook groen, onderhoud het goed, in samenspraak met de bewoners en ga vooral toch niet bouwen in het groen.

 

4. Meer fietsenklemmen en minder vreemdparkeerders in Lombok

Lombokkers zijn bereid een aantal parkeerplaatsen op te geven in ruil voor groen en fietsenklemmen. Voorwaarden zijn wel dat auto’s met een andere bestemming dan Lombok geweerd worden door betaald parkeren en een strenger handhavingsbeleid.

 

5. Realiseer kleine aanpassingen aan voorzieningen op korte termijn

Tieners hebben niet altijd grote eisen voor voorzieningen in hun wijk. Kleine aanpassingen betekenen voor hen vaak een grote verbetering, zoals doelen of lijnen bij trapveldjes. Overleg met de tieners over hun wensen voor de voorzieningen.

 

6. Breng bewoners die overlast ervaren met jongeren in contact

Eén van de knelpunten in de relatie tussen buurtbewoners en jongeren is de communicatie. Bewoners voelen zich geïntimideerd door de groepsgrootte, en bellen de politie zonder eerst met de jongeren zelf te overleggen. Dat laatste roept wrevel op bij de jongeren. Het is van het grootste belang om de relatie tussen politie, jongerenwerk, volwassenenwerk, jongeren en buurtbewoners te versterken.

 

7. Zet meer in op preventie van zwerfvuil en op mentaliteitsverbetering

Binnen wijk West gaat het grootste deel van het budget en de meeste tijd op aan ‘curatieve werkzaamheden’ ofwel het opruimen. Er wordt weinig gedaan aan preventie.

 

methoden

1. en 2. voor de nulmeting wordt aan B&W, aan de fractievoorzitters van de politieke partijen en aan de diensthoofden verantwoordelijk voor de wijk west gevraagd of zij de onderwerpen weten van de wijkraadplegingen 2002 en 2003; of zij een of meer aanbevelingen van de wijkraad op deze onderwerpen kent; of zij werk hebben gemaakt van deze adviezen dan wel of de inhoud van de adviezen hun handelwijze op het betreffende beleidsterrein heeft beïnvloed.

Eerst wordt eea nagegaan middels open vragen. Vervolgens worden 14 aanbevelingen voorgelegd: 7 werkelijke en 7 verzonnen aanbevelingen. Gevraagd wordt dan de 7 aanbevelingen van de wijkraad aan te wijzen(kruizen).

2. Bovendien wordt aan bovengenoemde groepen gevraagd of en hoe de wijkraad haar aanbevelingen opnieuw en effectiever kan overbrengen; en of zij zouden willen meewerken aan deze effectievere adviseringstrajecten

3. Vervolgens worden de aanbevelingen op een nieuwe manier onder de aandacht gebracht: de adviezen worden opnieuw onder de aandacht gebracht bij 2 verschillende groepen gemeentewerkers, op wiens terrein de aanbevelingen betrekking hebben.

4. meting 1 wordt nu herhaald; en verschillen met meting 1 in kaart gebracht.